Japanse kunst heeft een enorme invloed gehad op Art Nouveau en de Nederlandse plateelschilders. Vooral de houtblokprenten van Katsushika Hokusai en Kono Bairei zijn terug te vinden op verschillende objecten, afkomstig uit Nederlandse plateelfabrieken.
Toen Japan in 1854 zijn grenzen opende na een lange periode van isolationisme, vonden Japanse houtsnedes (Ukiyo-e) hun weg naar Europa. Japanse kunst werd een rage en vooral de houtblokprenten werden populaire verzamelobjecten. Europese kunstenaars kopieerden stijlelementen uit Japan in hun werk. De interesse in en de invloed van Japanse kunst wordt ook wel Japonisme genoemd en was een van de drijvende krachten van de Art Nouveau aan het einde van de negentiende eeuw.
Japanse kunst uit galerie van Siegfried Bing
Japan promootte zijn kunst zelf actief op de wereldtentoonstellingen 1867 in Parijs. Japanse kunst, maar ook gebruiksvoorwerpen zoals kimono’s, waaiers en kamerschermen werden zeer populair bij het Europese publiek. De kunsthandel in Japanse producten bloeide, vooral in Parijs. Een belangrijke speler is de Duitse kunsthandelaar Siegfried Bing (1838 – 1905), die in Parijs een galerie had voor Japanse en Chinese kunst en gebruiksvoorwerpen.
Beroemde kunstenaars kwamen in de galerie van Siegfried Bing, zoals Vincent van Gogh en Henry Toulouse-Lautrec. Het is bekend dat beide kunstenaars een verzameling houtblokprenten bezaten en zij maakten in de periode tussen 1886 en 1890 verschillende kunstwerken, beïnvloed door het Japonisme.

Het tijdschrift ‘Le Japon Artistique’
Bing werd al snel de spil van de Japan-rage in Frankrijk. Verzamelaars en kunstenaars kenden maar al te goed de weg naar Bing’s galerie. Tussen mei 1888 en april 1891 gaf Bing het tijdschrift ‘Le Japon artistique’ uit. In drie jaar verschenen er 36 edities in het Frans, Duits en Engels. In 1891 werden alle edities gebundeld in boeken per jaargang. Met het uitbrengen van de magazines en de handel in prenten, zorgde Bing voor het wijd verspreiden van Japanse kunst in Europa.


De golf van Hokusai
Japanse houtblokprenten kennen een lange traditie, vanaf de Edo-periode van de shoguns (rond 1600) tot aan het midden van de 20ste eeuw. Ze worden gemaakt door tekeningen over te brengen op gladgeschuurde houtblokken, waar vervolgens kleurvlakken worden uitgesneden. Voor een prent zijn verschillende blokken nodig, die elk een kleur toevoegen aan de prent. Een bekende naam in de houtblokdrukkunst is Katsushika Hokusai (1760-1849), bekend van de beroemde prent, ‘De grote golf van Kanagawa’.
Hokusai publiceerde tussen 1808 en 1819 een boek met ‘realistische prenten van Hokusai’ (Hokusai shashin gafu), met daarin ook een prent van Irissen. Als je deze prent spiegelt, dan correspondeert een deel van de tekening (de tweede en derde bloem van rechts) precies met de irissen op dit stel Rozenburg vazen uit 1892 of 1893, beschilderd door Willem Hartgring. Ook de vorm van de vaas is beïnvloed door het Japonisme. Deze vazen staan in de catalogus van Rozenburg genoemd als ‘Japanse vazen’.


De vogels van Kono Bairei
Ook Kono Bairei (1844-1895) was een belangrijke Japanse kunstenaar en zijn invloed reikte veel verder dan Japan, nadat het land vanaf het midden van de 19de eeuw internationale handelsbetrekking aanging. Bairei was een schilder, illustrator en kunstdocent. Hij is vooral bekend om de Kacho-ga, dat zijn bloem- en vogelprenten. Zijn bekendste werk is de Bairei Hyakucho Gafu (Bairei’s Album van Honderd Vogels), dat in 3 verschillende edities werd gepubliceerd in 1881, met later nog 3 extra edities. Deze boekwerken bestonden uit honderd prenten waarop vogels en planten waren afgebeeld, getekend met een ongekende dynamiek en realisme. Het werk van Bairei heeft een grote invloed gehad op kunstenaars uit die tijd vanwege de hoge kwaliteit en de kunstzinnige interpretatie van de natuurgetrouwe scènes. Ook zijn de ontwerpen vaak asymmetrisch en bevatten prints opzettelijk lege ruimtes (ook wel ‘Ma’ 間 genoemd) om rust te brengen in de compositie. Dat in tegenstelling tot Westerse kunst van de late negentiende eeuw, waar het hoofdonderwerp van kunstenaars altijd prominent op het doek stond, canvassen helemaal werden gevuld en kunstenaars werkten met een aantal vastomlijnde composities.

Stalenboeken voor de plateelschilders
De boeken van Bairei werden een gewild verzamelobject in Europa tegen het einde van de 19de eeuw. De vloeiende, organische lijnen van Bairei waren een directe inspiratiebron voor kunstenaars aan de start van de Art Nouveau of Jugendstil periode. In tegenstelling tot grote schilderijen, waren de boeken en magazines over Japanse houtsnedekunst van Bing relatief goedkoop en makkelijk te verhandelen. Ze fungeerden als ‘stalenboeken’ die ook in de ateliers van Nederlandse kunstacademies, kunstenaars en de Nederlandse plateelfabrieken terechtkwamen.




De invloed van Japan op het werk van Henri Breetvelt
Henri Breetvelt werkte als keramist in de periode tussen 1900 en 1923 bij verschillende plateelfabrieken, zoals de Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda (1900-1902), Société Céramique in Maastricht (1902-1906) en Porceleinfabriek De Kroon in Noordwijk (1906-1909). Op veel van zijn beschilderde objecten zijn de vogels van Kono Bairei terug te vinden. Bij alle drie de plateelfabrieken waar hij in dienst was, heeft hij vazen beschilderd, die duidelijk geïnspireerd zijn door dezelfde prenten.





Japonisme en Nederlands plateel
De bloeiperiode van de Nederlandse keramiekindustrie, tussen 1890 en 1910, loopt gelijk op met de opkomst van de Art Nouveau of Jugendstil. De Art Nouveau was hele indrukwekkende, hevige, maar zeer korte ‘mode gril’ die ontstond rond 1890 als reactie op de overladen, historische stijlen van decennia ervoor, die maar constant werden herkauwd in verschillende neo-stijlen. Misschien dat daarom de zowel dynamische als serene Japanse vogelprenten zoveel indruk maakten op Europese kunstenaars uit die tijd in hun zoektocht naar een nieuwe, moderne vormentaal (Art Nouveau betekent nieuwe kunst) die de kloof tussen kunst en ambacht kon dichten.


Vernieuwingsdrang naar ‘nieuwe kunst’
Hierbij speelde het Japonisme zeker een rol. De Japanse prenten, met hun zo vernieuwende composities en perspectieven, werden gretig omarmd door de kunstenaars uit deze tijd. Ze sloten zo goed aan bij hun vernieuwingsdrang. De asymmetrie, de zweepslagmotieven en heldere silhouetten, zonder diepte en schaduwwerking van de Japanse houtblokprenten zijn terugkerende thema’s in de vormtaal van de Art Nouveau.
De invloed van Siegfried Bing’s galerie speelde een sleutelrol in het samenbrengen van kunst uit het westen en het oosten. Saillant detail: de naam van zijn galerie was: l’Art Nouveau.





